Is het huis van de toekomst passief?
Waar passiefbouw in België momenteel slechts een zeer klein marktaandeel heeft (In België staan momenteel enkele honderden passieve woningen) staan er in de rest van Europa ondertussen reeds duizenden passiefhuizen, vooral in Duitsland (ca. 10.000).
Onder impuls van de Europese Unie worden de wettelijke minimum-eisen voor isolatie, verluchting, oververhitting en primair energieverbruik systematisch verstrengd. Dit impliceert de bouw van energiezuinigere woningen. Een tendens die men nu reeds heeft kunnen vaststellen bij de invoering van het energieprestatiecertificaat met een maximaal E-peil van E100, de verstrenging naar E80 en de in voorbereiding zijnde verstrenging naar E60 en dit is allicht niet het eindpunt. Hierdoor zal het verschil tussen een “standaardwoning” en een passiefhuis steeds kleiner worden.
Men kan moeilijk ontkennen dat bouwen volgens de passiefhuisstandaard een aantal bijkomende investeringen met zich mee brengt t.o.v. bouwen volgens de huidige minimumeisen. Daar tegenover staat dat de energiekosten bij de passiefwoning merkelijk lager liggen en de vaststelling dat de energetische prestaties van een gebouw een groeiend belang kennen in de waardebepaling van vastgoed.
Momenteel lijkt erop dat het economisch optimum bij de lage energiewoningen ligt. Er wordt echter algemeen aangenomen dat de energieprijzen in de toekomst aanzienlijk zullen stijgen en de specifieke bouwmethodes voor passiefbouw verder op punt gesteld (en dus goedkoper) zullen worden. In combinatie met de klimaatproblematiek zou dit optimum aldus snel kunnen verschuiven naar passiefbouw.
